Kosten voor Medicatie – Gedifferentieerd en met blik op de toekomst

Elke keer wanneer gezondheidszorg in het nieuws is, ligt de nadruk veelal op de hoge kosten voor medicijnen. Politici, journalisten, en met hen, de publieke opinie, zijn ontstelt over de kosten van nieuwe medicijnen. Een directe link tussen de kosten voor de nieuwe medicijnen en de netto winst van het (grote) farmaceutische bedrijf is snel gesuggereerd, wordt echter nooit aangetoond.

Kosten voor medicijnen zijn één variabele in de totale kosten voor de zorg. Wanneer er naar de totale kosten voor zorg gekeken wordt, komen er vele aspecten in beeld:  geslacht, leeftijd, ziekten, gesteldheid, leefgewoonten, medicijnen, medische mogelijkheden en nog andere aspecten.

Tot nu toe zijn er eigenlijk geen artikelen waarin de kosten voor zorg in perspectief geplaatst worden. De overheid biedt veel statistieken (referenties onderaan dit artikel) maar die zijn best moeilijk te lezen. Met dit artikel wordt een samenvatting van de feiten uit die tabellen geboden. Uit het overzicht komt ook een “roze olifant in de kamer” naar voren; het zou niet moeten gaan over “beperken, beperken, beperken” maar over een toekomstgerichte visie “hoe willen we (dat zijn u en ik, ofwel de maatschappij als geheel) de kosten voor adequate zorg in de toekomst blijven(d) financieren?”

Dit artikel is geheel gebasseerd op informatie die de Nederlandse overheid zelf verzameld en publiceert (zie de verwijzingen onderaan dit artikel). Zoals gezegd, het is lang niet altijd makkelijk om uit al die verschillende statistieken dezelfde getallen te halen maar de trend is gelukkig telkens wel dezelfde. Met andere woorden: het beeld veranderd er niet door.

In 2015  is er aan zorg in Nederland €93 Miljard (10,4% van het BBP) uitgegeven, daarvan is €6,2 Miljard aan medicatie besteed – da’s 7% van de totale kosten van zorg. Dure en weesgeneesmiddelen maken in 2015 28,5%  van de totale kosten voor medicijngebruik uit. Allebei enorm grote getallen. In getallen die we makkelijker begrijpen: per persoon in Nederland waren de kosten voor zorg in 2015 ruim €5600 en daarvan was €400 voor medicatie. De kosten voor zorg gedifferentieerd voor personen van 65+ waren €8650. In Nederlands is 15% 65 jaar of ouder en die groep is groeiend. Waarom de nadruk op de groep oudere Nederlanders? Dat wordt verderop duidelijk. In 2019 zijn de totale kosten aan zorg toegenomen tot €106,2 Miljard en de kosten aan medicatie tot € 8,98 Miljard – daarmee 8,5% van de totale kosten van zorg. In 2019 zijn de kosten voor dure en weesgeneesmiddelen beperkt tot 26,7% van de totale kosten voor medicijngebruik.

Binnen Europa zijn dit bescheiden kosten – Wat zorg betreft, ten opzichte van andere Europese landen, zit Nederland op bijna 65% van wat die andere landen aan zorg uitgeven. Op zichzelf zegt dat niet persé wat, maar als we ons daarbij realiseren dat met een zuigelingensterfte van ruim 3 sterfte per 1000 levend geboren baby’s wij tot de beste landen in de westerse wereld behoren en we met onze levensverwachting ook in de hogere echeleons bevinden, dan mag je concluderen dat we een heel kosteneffectief en doelmatig zorgsysteem hebben. Ook het sterftecijfer, beïnvloedbaar met interventie door de gezondheidszorg (sterfgevallen onder mensen jonger dan 75 jaar die het gevolg zijn van hartaanvallen, beroertes, diabetes en bacteriële infecties); met 66 per 100.000 getuigd daar eveneens van. Deze getallen wordt zelden genoemd en is echt iets om trots op te zijn! Aan de andere kant van het spectrum rookt 19% van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder nog steeds en dat is aanmerkelijk meer dan veel van diezelfde andere westerse landen. Suikerziekte, obesitas nemen toe. Om maar aan te geven: er blijft genoeg om alert op te blijven.

Met 8,5% van de totale kosten van zorg voor medicatie is dat niet meteen de belangrijkste post. Door de maatschappelijke aandacht voor de kosten van medicijnen en zeker die van de meest kostbare medicijnen wordt de werkelijke uitdaging voor de toekomst versluiert!

Uit bovenstaande tabel valt op te maken dat de kosten voor medicijngebruik ook verschillen per leeftijdsklasse kennen. De data van de overheid werkt in klassen van 5 jaar. Door die samen te vatten voor jongeren en studenten (tot 25 jaar), de ‘werkende’ klasse van 25-65 jaar, en tot slot ouderen vanaf 65 jaar, zijn er drie maatscahppelijk herkenbare groepen, die respectievelijk 6, 40 en 54% van de medicijnkosten ‘consumeren’ terwijl ze in aantallen respectievelijk 28, 53, en 19% van de samenleving uitmaken.

Samengevat in de tabel hieronder:

De jongste groep, tot 25 jaar, maakt 28% van de samenleving uit en gebruikt 6% van de medicijnkosten. De werkende klasse maakt 53% van de samenleving uit en gebruikt 40% van de gezamenlijke medicijnpost, terwijl de ouderen met 19% de samenleving compleet maken maar daarvoor wel 54% van de medicijnkosten gebruiken.

Het trendscenario van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): https://www.vtv2018.nl/zorguitgaven kijkt over een periode van 25 jaar (periode 2015 – 2040) en geeft projecties over de verwachte groei van zorguitgaven, van levensverwachting en andere indicatoren. 2015 is ondertussen een paar jaar geleden en dat biedt nu juist de gelegenheid aannames uit 2015 te toetsen met hoe het daadwerkelijk gegaan is van 2015 tot en met 2019. Een eerste indruk is dat de scenario’s conservatief ingeschat zijn. Gezien de SARS-Cov-2 pandemie is het eerlijk en gerechtvaardigd 2020 en 2021 voor de trends nog even buiten beschouwing te laten, als daar überhaupt al statistieken van beschikbaar zijn.

Natuurlijk is er genoeg over zo’n trendscenario te zeggen; positief, kritisch of anderszins, maar dat is hier niet het doel. Met het trendscenario als uitgangspunt geeft de overheid ons al genoeg informatie… om nu over in gesprek te gaan.

Het trendscenario stelt dat van de totale groei van de zorguitgaven in de komende 20-25 jaar (de periode 2015-2040) 72 procent toe te schrijven is aan de groei van de uitgaven voor 65-plussers.

Met dat gegeven is het goed te realiseren dat mensen die in 2040 65 jaar of ouder zijn, dit jaar (2021) 46 jaar of ouder zijn, oftewel zijn de beleidsmakers, de leiders van vandaag!! Of de degene die erop stemmen.

Een belangrijke constatering in het trendscenario is dat het aandeel van de zorguitgaven als percentage van het BBP neemt toe van 12,7 procent in 2015 naar 16,4 procent in 2040. De discussie vandaag zou daarover moeten gaan; een toename van de zorguitgaven als percentage van het BBP met bijna 30%. Kunnen en willen we dat als maatschappij dragen of zijn er nu al dingen we kunnen doen om die kosten enigermate te beheersen? Terwijl in diezelfde periode de BBP toeneemt en er in absolute zin dus een mogelijk sterkere groei in zorguitgaven te zien is.

De stijging van de totale zorguitgaven over de periode 2015-2040 komt voor een derde deel door demografische ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei en vergrijzing, daar hebben we weinig invloed op. Twee derde van de uitgavenstijging is toe te schrijven aan andere ontwikkelingen, zoals een veranderend zorggebruik als gevolg van medische technologie en welvaartstijging, daar kunnen we wel keuzes in maken.

Onze maatschappelijke keuzes tot nu toe hebben als een tweezijdig snijdend zwaard gefunctioneerd: kosten zijn in de afgelopen decennia gestegen omdat er steeds betere technieken, medicatie en behandelingen beschikbaar kwamen (die ook meer geld kostte) en daarmee verbeterde de levensstandaard van de bevolking als geheel. Door de toegenomen levensstandaard worden mensen ouder en nemen de kosten voor gezondheidszorg verder en sneller toe.

Natuurlijk moeten de kosten voor zorg en medicijnen niet uit het oog verloren en dient er kritisch naar gekeken te blijven worden, maar dat geldt misschien in nog sterkere mate voor de zorg als geheel. Preventie, aandacht voor leef- en voedingsgewoonten en voor de financiering van zorgkosten in de toekomst. Er is ondertussen voldoende kennis en informatie beschikbaar om met de Food & Feed industrie samen gezonde lekkere voeding te maken, op scholen en bedrijven gebalanceerde en gezonde voeding aan te bieden en te stimuleren. Gezonde lucht wordt al lang gezien als vanzelfsprekend, voldoende beweging ook, dat laatste vooralsnog zonder consequentie voor diegene die er te weinig van genieten. Holistisch zou het goed samengaan met milieubewust gedrag, CO2-reductie en andere maatschappelijke uitdagingen.

Een spaarsysteem voor een pensioen om in een “zorgeloze” oudedagvoorziening te voorzien is er al lang. Als we op deze voet door willen gaan om steeds meer en kwalitatief steeds betere zorg te leveren (hoe we die dan ook definiëren) is er misschien een vergelijkbaar spaarsysteem nodig om in de oude-dag-zorgkosten te voorzien, of misschien zijn beide zelfs te combineren en daarmee te voorkomen dat het alleen op de rijksbegroting rust. 2040 is nog ver genoeg in de toekomst dat keuzes vandaag wezenlijk verschil kunnen maken. De beleidsmakers en leiders van vandaag kunnen er dan als eersten van “genieten” 😉.

Een Trendscenario is geen voorspelling, maar een verkenning van mogelijke ontwikkelingen in de toekomst. Het gaat uit van het voortzetten van de historische trends zonder dat er nieuw beleid wordt ingezet. Er is rekening gehouden met toekomstige groei van de bevolkingsomvang, veranderingen in de leeftijdssamenstelling van de bevolking (vergrijzing) en ziekte- en sectorspecifieke kostenontwikkeling. Hoe deze zich precies zullen ontwikkelen blijft onzeker. Hier is slechts één mogelijke toekomstscenario besproken. Door erover in gesprek te gaan is het wel mogelijk trends bij te sturen en in ons voordeel te laten werken. Om dat te kunnen zullen we wel het gehele verhaal moeten bekijken en niet alleen maar reageren op bijv. kosten van medicijnen die mogelijk (veel) duurder zijn dan we verwacht hadden.

Referenties:

https://www.vtv2018.nl/zorguitgaven

https://www.gipdatabank.nl/

https://staatvenz.nl/kerncijfers

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema

https://www.volksgezondheidenzorg.info/